Brainspotting bij (chronische) PTSS en dissociatie
Brainspotting staat bekend als een methode voor traumaverwerking. Hoewel het in veel situaties breder toepasbaar is, denken de meeste mensen bij Brainspotting in eerste instantie aan trauma. Maar trauma is een complex domein: er bestaan verschillende vormen, verschillende definities en verschillende manieren om het te behandelen. In dit artikel verkennen we de plaats van Brainspotting bij chronische PTSS en dissociatie.
Trauma is geen eenduidig begrip
Veel mensen denken bij trauma direct aan PTSS (posttraumatische stressstoornis). Dat is begrijpelijk: PTSS is een duidelijke diagnose met strakke criteria en komt veel voor in de reguliere behandelwereld. Maar trauma is breder dan dat ene label.
Naast PTSS bestaan er vormen zoals:
• ontwikkelingstrauma
• hechtingstrauma
• preverbaal of vroegkinderlijk trauma
• relationeel trauma
• langdurige emotionele verwaarlozing
• complexe traumatisering zonder duidelijk incident
Deze vormen passen soms minder goed in klassieke behandelmethoden, omdat ze niet altijd een duidelijk beginpunt of gebeurtenis hebben. Ze leven soms door het hele systeem heen als een voortdurend spanningspatroon.
Niet iedereen past in de PTSS-diagnose
PTSS kent duidelijke criteria: een gebeurteniscriterium en een klachtencluster. Maar veel mensen met traumatisering voldoen daar niet aan. Bijvoorbeeld:
• mensen die opgroeiden met emotionele verwaarlozing
• mensen die nooit veiligheid hebben ervaren
• mensen die voortdurend “in een herbeleving leven” zonder dat te weten
• mensen met langdurige stresspatronen die diep verweven zijn met hun identiteit
Zij vallen soms tussen wal en schip in de reguliere zorg. De klachten zijn reëel, maar passen niet netjes binnen een diagnostisch hokje.
Waar staat Brainspotting in dit geheel?
Brainspotting werkt in somatische, pre-verbale lagen van het brein en het zenuwstelsel. Dit maakt het een methode die goed aansluit bij traumasoorten waarbij woorden tekortschieten of waarin het verhaal niet het probleem is — maar de lichamelijke en neurologische reactiepatronen.
Bij PTSS kan Brainspotting:
• activatie reguleren
• herbelevingslading verminderen
• stresspatronen ontladen
• het zenuwstelsel helpen terugkeren naar rust
Bij complex trauma (CPTSS) of ontwikkelingstrauma kan Brainspotting juist helpen omdat het niet afhankelijk is van:
• herinnering (weten wat het trauma is)
• chronologie (weten wat er wanneer gebeurde)
• taal (kunnen vertellen wat er gebeurde)
• cognitieve analyse (begrijpen waarom het je zo raakt)
Het lichaam bepaalt het tempo; niet de therapeut, niet het verhaal.
Wat is dissociatie?
Dissociatie ontstaat wanneer delen van de ervaring worden afgesplitst, omdat ze op dat moment niet te verwerken waren. Het is geen exotisch verschijnsel, maar de tegenhanger van associatie.
Ons bewustzijn — en zelfs alles wat leeft — werkt van nature associatief: het zoekt verbinding, legt verbanden, breidt zich uit. Dissociatie is het moment waarop dat vermogen tijdelijk wordt onderbroken, vaak om te beschermen.
Dissociatie kan zich uiten als:
• afwezigheid
• niet meer voelen
• trance-achtige verstilling
• wegvallen van tijd
• emotionele verdoofdheid
• delen van jezelf die niet met elkaar verbonden lijken
Bij chronische traumatisering kan dissociatie een automatisme worden.
Brainspotting en dissociatie
Brainspotting kan aansluiten bij dissociatieve patronen omdat het werkt op het spanningsniveau waarop de splitsing is ontstaan. De methode:
• forceert geen herinneringen
• vraagt geen uitgebreide verhalen
• volgt het lichaam in plaats van de cognitie
• werkt binnen de ‘window of tolerance’
Bij dissociatie is het essentieel dat Brainspotting wordt uitgevoerd door ervaren therapeuten die:
• stabilisatie begrijpen (hoewel: zonder traumawerk geen echte stabilisatie)
• somatische signalen herkennen
• gefaseerde opbouw hanteren
• dissociatieve reacties kunnen helpen reguleren
In dat kader kan Brainspotting helpen om dissociatieve patronen te verzachten en het interne systeem weer te helpen verbinden.